Goudprijs: € 70.815,97 Zilverprijs: € 844,32

Wat is (de geschiedenis van) de goudenstandaard

De goudstandaard is een muntsysteem waarin de economische rekeneenheid een vast gewicht aan goud is. Munten worden gemaakt van een bepaald materiaal, de waarde van het materiaal waarvan de munt is gemaakt noemen we de intrinsieke waarde. De nominale waarde is het bedrag dat op de munt staat. Vroeger was de waarde van het metaal in theorie gelijk aan de nominale waarde, het bedrag dat op het geld staat. Met de goudstandaard wordt dit idee gevolgd, maar zijn vaak niet alle betaalmiddelen zelf van goud gemaakt. Munteenheden zijn binnen dit systeem gekoppeld aan een vastgestelde hoeveelheid goud en zo is de muntwaarde afhankelijk van de waarde van goud.

Vier vormen

Er bestaan meerdere vormen als het gaat om de goudstandaard. Elke vorm omvat een eigen systeem maar allen hebben als kenmerk dat de muntwaarde gekoppeld is aan de goudprijs. Allereerst kan goud direct als betaalmiddel gebruikt worden. In dit geval zijn alle betaalmiddelen zelf van goud en hebben ze dus een intrinsieke waarde, gebaseerd op het gewicht van de gouden munt. Dit noemen we de goudcirculatie.

De tweede vorm is een systeem waarin de munten te allen tijde inwisselbaar zijn voor een vaste hoeveelheid goud. Met andere woorden: de centrale bank houdt evenveel goud op voorraad als dat er geld uitgegeven wordt.

Bij de derde vorm is er meer papiergeld uitgegeven dan de waarde van de goudvoorraad van de centrale bank. Hierbij is chartaal geld (papiergeld) beperkt inwisselbaar voor een vaste hoeveelheid goud. Dit heet ook wel de papierenstandaard.

Bij het vierde systeem kiest een land ervoor om de eigen munteenheid niet aan goud te koppelen, maar aan een andere valuta die wel aan goud is gekoppeld. De muntwaarde is op deze manier nog steeds afhankelijk van de goudprijs, maar is er niet direct aan gebonden.

De geschiedenis van de goudstandaard

De goudstandaard werd internationaal ingevoerd vanaf 1871. Het idee was dat de standaardrekeneenheid stabiliteit met zich zou meebrengen. Dit deed het uitstekend en het bevorderde de internationale handel. Over het algemeen volgden landen een van, of een combinatie van, de eerste drie systemen die hierboven kort zijn behandeld.

De keerzijde van de goudstandaard werd duidelijk door de gevolgen van de ‘Grote Depressie’ in 1929. Door het vaststellen van de waarde van de munteenheden wereldwijd, werd het vrijwel onmogelijk om een stimulerend monetair beleid te voeren. Er kon niet gespeeld worden met de waardes van munten om bepaalde economische systemen erbovenop te helpen, inflatie en deflatie werden hierdoor desastreuze gebeurtenissen. Dit leidde vanaf 1933 dan ook tot een wereldwijde afschaffing van de goudstandaard. Het idee was dat de economie zichzelf zou herstellen en dat men daarna de goudstandaard weer zou invoeren.

De Tweede Wereldoorlog gooide echter roet in het eten. Door de oorlog waren veel landen een groot deel van hun goudvoorraad kwijt. De Verenigde Staten hadden echter nog wel een grote goudvoorraad en als resultaat ontstond het systeem van Bretton Woods. Dit systeem hield in dat de dollar inwisselbaar was voor goud tegen een vaste prijs, en dat de munteenheden van andere landen een vaste wisselkoers ten opzichte van de dollar hadden. Dit systeem werkte goed en was een van de drijfveren van de snelle wederopbouw na de oorlog. Het systeem berustte alleen wel op vertrouwen van de gehele wereld in het Amerikaanse monetaire beleid. Dit bleek fataal aangezien Amerika dollars ging bijdrukken, deels vanwege de Vietnamoorlog. Er ontstond een devaluatie van de dollar en de stabiliteit van het systeem. Dit leidde in 1971 tot de Nixon-schok. Nixon hief het inruilen van de dollar voor goud op, waarmee het systeem van Bretton Woods buiten werking werd gesteld. Veel landen verlieten het systeem en in 1973 werd het systeem zelfs opgeheven.

Geschiedenis Nederland

Nederland kende voor wat betreft de goudstandaard drie perioden. De eerste was de goudenmuntstandaard waarbij tot 1914 bankbiljetten volledig werden gedekt door goud. Houders van bankbiljetten hadden het recht om bankpapier in te wisselen voor goud. Het muntgeld was intrinsiek volwaardig en had een eigen waarde in edele metalen.

Tot de vooroorlogse opheffing van de goudstandaard in 1936 werden bankbiljetten in Nederland maar voor 40% gedekt door goud. Deze hervorming was ingevoerd in 1918 en heette de goudkernstandaard. Het publiek had over het algemeen niet het recht om bankbiljetten voor goud in te wisselen en er kwamen ook onvolwaardige munten in de omloop. Deze munten werden tekenmunten genoemd en hadden dus geen intrinsieke waarde, maar bevatten een teken dat de overheid erop had aangebracht die de waarde garandeerde.

Van 1945 tot 1971 volgde Nederland het systeem van Bretton Woods. Dit heette de goudwisselstandaard. De Nederlandse gulden stond in vaste verhouding tot de dollar en deze was op zijn beurt weer gekoppeld aan goud.

Volg ons

The Silver Mountain is actief op de volgende sociale media kanalen.

Neem contact met ons op

U kunt onze klantenservice bereiken op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur.

035 - 203 13 80
info@thesilvermountain.nl

Nieuwsbrief

Wees de eerste die kennismaakt met de nieuwste producten en het laatste nieuws omtrent edelmetaal.